Ik ben al vaker in Berlijn geweest. Volgens mij wordt het bezoek volgende week de zesde keer, dat ik er kom. De eerste keer was een kort bezoek van twee dagen, aan het einde van een rondreis door de DDR. Dat was een onderdeel van de studie Duits aan de VU in Amsterdam. Het moet rond 1980 geweest zijn.

Die reis door de DDR was bijzonder. We gingen met de bus en al bij de grensovergang werd duidelijk dat we in een totaal ander land kwamen. Er stonden soldaten met geweren rond de bus en andere auto’s die de DRR in wilden. Uiteraard werden de passen uitgebreid gecontroleerd. Ook kwam er een begeleider van de DDR aan boord. Die begeleider zou de hele tocht bij ons blijven.

De eerste nacht brachten we door in Erfuhrt. Die stad kan ik me niet goed meer herinneren, maar wel dat we ’s avonds probeerden een café te vinden. Van die naïviteit waren we snel genezen, want die waren dus bijna niet te vinden. Wat ons opviel, en de stemming ook de rest van de reis bepaalde, was dat als wij stilstonden mensen achter ons ook stilstonden en als wij doorliepen zij ook weer doorliepen.

We hebben in de DDR de Wartburg bezocht (mooi oud kasteel) en Weimar, Wittenberg en Leipzig gezien. In Weimar stond onder andere een standbeeld van Goethe en Schiller. Dat standbeeld was in zoverre bijzonder, dat beide dichters even groot afgebeeld waren. In werkelijkheid was Goethe kleiner dan Schiller. Dat kon voor dat standbeeld natuurlijk niet.

Wat opviel, was dat er veel vervallen was in de DDR. Vooral de plekken aan de rand van de stad zagen er erg vervallen uit. Ook rook het overal naar bruinkool. Slechts Oost-Berlijn (en dan vooral het centrale deel daarvan tegen West-Berlijn aan) was netjes. Naast bruinkool maakten we ook kennis van groene kool, witte kool, rodekool en kool in welke vorm en kleur dan ook. Ons dagelijkse eten bestond namelijk uit een stukje vlees, iets wat men volgens een medestudent aardappelen noemde en kool. Ook in Auerbachs Keller in Leipzig aten we dat. Maar we zagen anderen totaal ander eten eten, dus besloten we om daar dezelfde dag nog een keer op eigen gelegenheid te gaan eten. En dat was prima. In een geweldige omgeving (Auerbachs Keller is beroemd door de Faust van Goethe) aten we een keer goed.

Sowieso werden de belangrijkste plekken uit de geschiedenis wel aardig onderhouden door de DDR. Een deel van Leipzig was netjes verzorgd (een groot deel buiten het centrum dus ook absoluut niet), de kerk van Luther in Wittenberg stond er prima bij en trouwens ook de begraafplaats van Goethe en Schiller was in goede staat net als de Wartburg.

Wat natuurlijk ook opviel waren de vele spandoeken met spreuken, die de DDR en de Sovjet-Unie ondersteunden. Maar ook de stilte ’s avonds en de weinige uitgaansgelegenheden. In Weimar hadden we wel een gelegenheid gevonden. Daar spraken we ook nog met iemand uit de DDR (of beter een immigrant uit, als ik het mij goed herinner, een Noord-Afrikaans land). Echt diepgaand praten was er niet bij. Hij vroeg wel of we westers geld wilden wisselen. Dat was een veel gestelde vraag aan medestudenten. Er waren in de DDR winkels (de zogenaamde Intershops) waar alleen met westers geld betaald kon worden en waar producten gekocht konden worden die in de normale winkels niet beschikbaar waren. De officiële wisselkoers was 1 D-Mark voor 1 DDR-Mark, maar officieus was die wisselkoers anders. Ik geloof dat sommigen wel gewisseld hebben voor 1 op 4. Maar dat mocht dus eigenlijk niet en sowieso vond ik het ook oneerlijk om zo’n wisselkoers aan te houden. Uiteindelijk hebben we een klein bedrag gewisseld, voor zover ik mij herinner tegen een koers van 2 op 3.

Dat DDR-geld moest trouwens op zijn voordat we de DDR verlieten, want exporteren van DDR-geld was niet toegestaan. En trouwens, dan zou ook gevraagd worden hoe je aan dat geld was gekomen. Bij het binnenkomen van de DDR was je verplicht een bepaald bedrag te wisselen. Maar had je dus veel illegaal gewisseld en daarvan het een en ander over, dan kon je flink in de problemen komen. Simpel officieel terug wisselen was lastig. Dat basisbedrag moest je sowieso uitgeven.

Het was wel lastig om van het DDR-geld af te komen, want het meeste kostte er bijna niets. De basiszaken werden door de stad flink gesubsidieerd. Dus een drankje, een ijsje en dergelijke hielp niet echt om van het geld af te komen. Het extra eten in Auerbachs Keller moet ook goedkoop geweest zijn, maar het bedrag weet ik niet meer. Uiteindelijk heb ik in Oost-Berlijn drie boeken gekocht die ik uiteindelijk helemaal niet gelezen heb. Maar dan was ik in ieder geval van het geld af.

In Oost-Berlijn hebben we ook een voorstelling gezien in het theater van Bertold Brecht. Daar werd Mutter Courage (tenminste zo staat het in mijn herinnering) gespeeld. Ik zat op een klein balkon en dat was prettig. Het werd prima gespeeld, maar het was er zo warm, dat iedereen op een gegeven moment een keer naar buiten moest om af te koelen. Hadden we gewoon in de zaal gezeten, dan kon dat niet. Het stuk duurde ook flink lang. Nogmaals, normaal zou dat geen probleem geweest zijn. Het was erg goed, zoals veel stukken van Brecht trouwens, maar die temperatuur!

Nu ik dit allemaal opschrijf, komen er nog meer herinneringen naar boven, over het bezoek aan het immens grote Völkerschlachtdenkmal, de donkere sfeer in de hele DDR (met uitzondering van een deel van Oost-Berlijn) en een bezoek aan de Fernsehturm. Alles beschrijven gaat wat ver, maar ik wil nog wel wat kwijt over die begeleider. Hij was dus de hele tijd bij ons. Alleen ’s avonds konden we wat meer onze eigen gang gaan. Hij had ook invloed op ons reisschema, want we wilden eigenlijk ook nog naar Dresden. Maar dat lukte dus niet.

We sliepen overigens over het algemeen in een soort jeugdherbergen. Maar een enkele keer konden we ook slapen in speciaal voor westerse toeristen gebouwde en/of ingerichte hotels. Ik meen me van daar vooral de zachte matrassen te herinneren.

Na ons bezoek aan het Brecht-theater gingen we in Berlijn de grens over. Toen we eenmaal op West-Berlijns grondgebied waren, steeg er een gejuich op in de bus. Iedereen had zich nogal gecontroleerd gevoeld en was blij dat we weer in het westen waren en af van de controle. Het eerste wat we deden in West-Berlijn? Een patatje halen bij een kraam ergens bij de Kurfürstendamm. Heerlijk toen!

In West-Berlijn hebben we de volgende dag nog een rondrit gemaakt met de bus. Zo ben ik onder andere aan de termen (Lippenstift und Puderdose, die Rache Gottes en ‘Wenn ich pinkel, dan nur bei Schinkel) gekomen. In het oostelijk deel heb ik alleen rondgelopen. Het was wel duidelijk dat het belangrijkste erfgoed vooral in het oostelijk deel stond.

Uiteraard zijn we met de bus ook langs bijzondere stukken van de muur geweest. Bij de Potsdammer Platz hebben we over de muur gekeken. Daar was een immens leeg veld tussen het westen en het oosten. Hoewel, leeg is eigenlijk niet het goede woord. Er was van alles te zien: de muur uiteraard, rollen prikkeldraad, een kale weg, uitkijktorens enzovoort. En konijnen. Die genoten van de ruimte tussen Oost en West. Maar het waren waarschijnlijk de enigen die genoten.

Het was eigenlijk niet voor te stellen dat de Potsdammer Platz in de jaren 20 en 30 het drukste verkeersplein van Berlijn was. Net zoals het nu waarschijnlijk niet meer voor te stellen is, dat het zo’n 40 jaar niemandsland is geweest.

Ook stopten we bij de Reichstag, toen nog een verlaten gebouw op de grens. Daar vielen vooral de kruizen op tegen de muur. Die waren op meerdere plekken te zien, ter nagedachtenis aan mensen die daar geprobeerd hadden over de muur te komen en daarbij waren omgekomen. Indrukwekkend allemaal.

Langs de Spree stonden waarschuwingsknoppen. Er werd ons verteld, dat de Spree officieel deel van de DDR was. Als er iemand in viel, wat uiteraard weleens gebeurde, moest zo snel mogelijk op zo’n knop gedrukt worden. Dan mocht er een poging gedaan worden om die persoon uit het water te vissen. Anders ging de DDR-grensbewaking ervan uit, dat het een vluchteling was en moest die het meestal met het leven bekopen. Lastig om je zoiets voor te stellen.

We waren slechts één dag in West-Berlijn en gingen toen weer naar Nederland. Daarvoor moesten we uiteraard weer een heel stuk door de DDR rijden. Ook bijzonder, want je mocht eigenlijk nergens stoppen, behalve op vastgestelde plaatsen. En afritten waren er wel, maar oh wee als je daar gebruik van maakte. Er werd gecontroleerd hoe lang je over de tocht deed, en als je er veel langer dan normaal over deed, kon je flink ondervraagd worden. Tenminste, dat begrepen wij en geloofden we na onze ervaringen in de DDR ook echt.

Een of twee jaar later zijn we met enkele studenten nog een keer naar Berlijn geweest. Nu bleven we in het westelijk deel. Ook ben ik er volgens mij met leerlingen van de school waar ik les gaf geweest (maar dat weet ik eigenlijk niet zeker meer), en na de hereniging een keer met Hilko ten tijde van een tentoonstelling over Karl May en een keer met Charlotte. Ik heb nu al zoveel opgeschreven, dat ik daar wellicht later pas wat over schrijf.

Ggepubliceerd 30-5-2016

Ik ben inmiddels 62 jaar oud. In 2011 heb ik een herseninfarct gehad, waardoor ik niet meer kon werken. In mei 2021 kreeg ik weer een herseninfarct met als gevolg dat mijn conditie flink achteruit is gegaan en mijn rechterbeen niet meer echt lange afstanden kan afleggen. Ik ben nog wel actief., o.a. bij InteraktContour. Mijn hobby's zijn sport kijken (voetbal (PEC Zwolle), Amerikaans honkbal en Football (Seattle Mariners en Seattle Seahawks)), Karl May, de computer (vooral met de website bezig zijn), Zwolle en alles wat te maken heeft met Disney.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in