Hobbies

NAH

Foto's

Archief: Stamboek van de ouders van mijn schoonmoeder

Terwijl ik bezig was met het scannen van foto's uit de nalatenschap van mijn schoonmoeder en één van haar zussen, kwam ik in een map een stamboek tegen. Die map heeft Cecile gemaakt ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van een andere zus en ging over haar werk als missiezuster in Afrika. Die had dus niets te maken met het stamboek dat erin verborgen zat. Hierboven zie je een pagina uit het stamboek dat in 1910 door de gemeente Amersfoort is gegeven aan de ouders van mijn schoonmoeder.

De voorkant van het stamboek

Ik vind het stamboek een mooie vondst. Er staat in fraai handschrift in dat (hou je vast) Eduard Otto Joseph Maria Baron van Hövell van Wezeveld en Westerflier en Marie Cornelie Aimée Baronesse Schimmelpenninck van de Oye op 31 mei 1910 in het huwelijk zijn getreden. En dat uiteraard voorzien van een zegelstempel van de gemeente Amersfoort, waar het huwelijk plaatsvond. Ook staan alle tien kinderen 'uit dit huwelijk geboren' erin aangegeven, inclusief doop en (gedeeltelijk) wanneer ze gevaccineerd zijn. En bij dit alles staan zegels van o.a. de gemeenten Culemborg, Breda en Maastricht. Twee sterfgevallen staan genoteerd: die van Antoinette in 1942 en Jozef op 4 januari 1945 in concentratiekamp Neuengamme.

Maar daar blijft het niet bij. Ook de ouders en grootouders van beide huwelijkspartners worden vermeld, zelfs met hun overlijdensgegevens, ook al liggen die wat de ouders betreft na 1910. Interessant dus ook voor stamboomonderzoekers. Ik heb de foto's van het boek dan ook naar Han gestuurd en hem meteen gevraagd om een update van de stamboomgegevens die hij heeft. Die kan ik dan updaten op mijn andere website over de familie. Wanneer dat gebeurd is, laat ik het ook in mijn dagboek weten.

Maar niet alleen die gegevens die ik hierboven genoemd heb, staan erin. Achterin het boek staan ook nog de nodige gegevens, die een fraaie (hoewel) kijk geven op de verhoudingen in die tijd tussen man en vrouw. In 1910 was de vrouw nog helemaal afhankelijk van de man. Die was, zoals er staat, 'het hoofd der echtvereeniging'. En 'hij bestuurt de goederen aan de vrouw persoonlijk toebehoordende'. Ik moet er, zelfs als man zijnde, niet aan denken dat dat nu nog zo zou zijn. Er staat nog veel meer in wat de vrouw duidelijk ondergeschikt aan de man maakt. Onder deze tekst kun je lezen wat er in het stuk over het huwelijk staat onder de kop 'Eenige voorschriften betreffende den persoonlijken staat in het koninkrijk der Nederlanden'. Andere onderdelen laat ik hier buiten beschouwing. Het is wel interessant het hele stuk hieronder te lezen en je voor te stellen hoe het toen moet zijn geweest, met name voor de vrouw.

Veel foto's die ik gescand heb, zullen weggegooid worden. Maar dit stamboek moet bewaard worden. Het geeft een mooi beeld van die tijd. Overigens zal ook mijn moeder er nog mee te maken hebben gehad. Als het goed is niet in het huwelijk, want een jaar voor haar huwelijk werden vrouwen in Nederland eindelijk handelingsbekwaam. Maar daarvoor mocht zij dus nog niet zoveel zonder toestemming van een man. En het duurde nog langer voordat allerlei ingesleten gewoontes verdwenen (zoals dat vrouwen moesten stoppen met werken als zij trouwden). Wil je daar meer over weten, kijk dan eens hier.

EENIGE VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE DEN PERSOONLIJKEN STAAT IN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.

HUWELIJK.

DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN DER ECHTGENOOTEN VOLGENS HET BURGERLIJK WETBOEK.

De echtgenooten zijn elkander wederkeerig getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. (Art. 158).

De echtgenooten verbinden zich over en weder, door de enkele daad des huwelijks, hunne kinderen te onderhouden en op te voeden. (Art. 159).

De man is het hoofd der echtvereeniging. Als zoodanig verleent hij aan zijne vrouw bijstand in rechten, of verschijnt aldaar voor haar, behoudens de uitzonderingen hierna omschreven.

Hij bestuurt de goederen aan de vrouw persoonlijk toebehoorende, tenzij het tegendeel zij bedongen.

Hij moet die goederen als een goed huisvader beheeren, en is voor alle verzuim in dat beheer verantwoordelijk.

Hij vermag hare onroerende goederen, zonder hare medewerking, niet te vervreemden of te bezwaren. (Art. 160).

De vrouw is aan haren man gehoorzaamheid verschuldigd.

Zij is verplicht met den man samen te wonen, en hem overal te volgen waar hij dienstig oordeelt zijn verblijf te houden. (Art. 161).

De man is verplicht zijne vrouw bij zich te ontvangen in het huis hetwelk hij bewoont.

Hij is gehouden haar te beschermen, en haar al hetgeen noodig is, volgens zijnen staat en zijn vermogen te verschaffen. (Art. 162).

De vrouw, al is zij zelfs buiten gemeenschap van goederen getrouwd, of van goederen gescheiden, kan, zonder bijstand van haren man in de akte, of zonder zijne schriftelijke toestemming, niets geven, vervreemden, verpanden, verkrijgen, hetzij voor niet, hetzij onder eenen bezwarenden titel.

Indien de man zijne vrouw heeft gemachtigd om zekere akte of verbintenis aan te gaan, is de vrouw daardoor niet gerechtigd om, zonder uitdrukkelijke toestemming van den man, eenige betaling te ontvangen, of daarvoor kwijting te doen. (Art. 163).

Ten opzichte van handelingen of verbintenissen, door de vrouw aangegaan, wegens alles wat de gewone en dagelijksche uitgaven der huishouding betreft, veronderstelt de wet dat zij de bewilliging van haren man heeft bekomen. (Art. 164).

De vrouw kan niet in rechten verschijnen zonder bijstand van haren man, al is zij buiten gemeenschap van goederen getrouwd, of van goederen gescheiden, of eene openbare koopvrouw. (Art 165).

De bijstand van den man is niet noodig:

  1. Wanneer de vrouw in strafzaken vervolgd wordt;
  2. In eene rechtsvordering tot echtscheiding, tot scheiding van tafel en bed, of van goederen. (Art. 166).

Wanneer de man weigert zijne vrouw te machtigen om eene akte aan te gaan, of om in rechten te verschijnen, kan zij van de arrondissements-rechtbank van hunne gemeene woonplaats verzoeken daartoe gemachtigd te worden. (Art. 167).

Eene vrouw, met uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming van haren man, openbare koopvrouw zijnde, kan zich zonder zijnen bijstand verbinden, in en omtrent alles wat die koopmanschap betreft.

Wanneer zij met haren man in gemeenschap is getrouwd, is ook hij door die handelingen verbonden.

Zij wordt voor eene openbare koopvrouw gehouden, wanneer zij, afzonderlijk van haren man, koopmanschap drijft.

Indien de man zijne toestemming intrekt, is hij verplicht die intrekking openlijk bekend te maken. (Art. 168).

Wanneer de man uit hoofde van afwezigheid of andere reden verhinderd wordt om zijne vrouw bij te staan of te machtigen, of een tegenstrijdig belang heeft, kan de kantonrechter van de woonplaats der echtgenooten haar bevoegdheid verleenen om in rechten te verschijnen, verbintenissen aan te gaan, beheer te voeren, en alle andere akten te verrichten. (Art. 169).

Eene algemene machtiging, zelfs bij huwelijksche voorwaarden bedongen, is niet verder geldig dan met betrekking tot het beheer der goederen van de vrouw. (Art. 170).

De nietigheid der handeling, gegrond op het ontbreken der machtiging, kan alleen door de vrouw, den man of hunne erfgenamen worden ingeroepen. (Art. 171).

Wanneer eene vrouw, na de ontbinding des huwelijks, eene overeenkomst of akte, in het geheel of ten deele, heeft ten uitvoer gelegd, welke zij zonder de vereischte machtiging had aangegaan, is zij onbevoegd om de vernietiging dier overeenkomst of akte te vragen. (Art. 172)

De vrouw kan zonder bewilliging van haren man uiterste wilsbeschikking maken. (Art. 173).

0 Reacties