Ik heb twee herseninfarcten gehad, de eerste in 2011 en de tweede in 2021. In het verleden heb ik al daarover geschreven. Het leek mij goed om die verhaaltjes nog weer even naar voren te halen, met een paar kleine aanpassingen. Hier staat het verhaal over mijn eerste herseninfarct. Later schrijf ik nog wat over wat ik ervan geleerd heb en meeneem in mijn activiteiten als ervaringsdeskundige.
Op 30 april 2011, toen nog Koninginnedag, liepen we naar een vriendin die die dag haar verjaardag vierde. Onderweg daar naartoe moet er iets gebeurd zijn in mijn hersenen, want aangekomen op het feestadres hing mijn mond een beetje scheef. Ik maakte me er niet zo druk om met de gedachte dat het gewoon wat vermoeidheid zou zijn en het snel weer weg zou trekken. Dat zei ik ook tegen mensen die er een opmerking over maakten. Maar toen ik (blijkbaar, want ik had dat niet door) ook vreemd reageerde op vragen en opmerkingen van anderen, besloten mijn vrouw en een vriendin toch maar het heft in handen te nemen en met mij naar het ziekenhuis te gaan.
Achteraf gezien ging het een beetje vreemd daar. Op dat moment waren er nog 2 ziekenhuizen in Zwolle, het Weezenlanden- en het Sophia-ziekenhuis. Wij gingen naar de Weezenlanden, alwaar we ons op de Spoedeisende Hulp meldden. Van daar werden we echter doorgestuurd naar de huisartsenpost, die vlak bij het Sophia gevestigd was. En van daar konden we weer terug naar de Weezenlanden. Tegenwoordig is dat wat makkelijker, want de huisartsenpost zit naast de Spoedeisende Hulp in het Isala ziekenhuis.
Bij de Spoedeisende Hulp in de Weezenlanden werd mij van alles gevraagd en werd wat onderzocht (ik weet niet meer hoe en wat precies). Ook werd er een scan gemaakt, van mijn hersenen neem ik aan. Ik bleef intussen maar denken dat het allemaal met een sisser zou aflopen en dat ik vlot weer naar huis kon. Maar nee dus, ik mocht blijven en werd naar de Braincare-afdeling gebracht (ik weet niet of het toen al zo heette, maar daar kwam het wel op neer). Ik werd zo'n twee dagen goed in de gaten gehouden en ook onderging ik enkele onderzoeken. Ook in de dagen daarna (ik verbleef in totaal 10 dagen in het ziekenhuis) werden er nog onderzoeken uitgevoerd. Conclusie: ik had een herseninfarct gehad onderin mijn hersenen.
Gevolgen van het herseninfarct
Een deel van mijn hersenen had daardoor geen zuurstof meer gekregen en was 'overleden'. Het was dat gedeelte waar o.a. de emoties worden verwerkt. Voor zover je van geluk kunt spreken zat dat vooral in de gevolgen van het infarct. Ik kwam er wat dat betreft redelijk genadig vanaf, al kun je daar natuurlijk ook allerlei vraagtekens bij zetten. In ieder geval had ik weinig problemen met mijn beweegapparaat. Had het infarct op andere plekken gezeten, dan zou dat een groter probleem hebben veroorzaakt met bewegen. In het begin was er wel wat verschil te merken tussen links en rechts, maar ik kon gewoon lopen en mijn handen gebruiken.
Waar ik vooral tegenaan liep, was dat mijn emotioneel spectrum flink verkleind was. Gelukkig zat dat wat er overbleef nog wel aan de positieve kant. Ik heb dan ook nooit spijt of teleurstelling ervaren over wat er gebeurd is. Het was gewoon zo. Het scheelde misschien ook wel, dat ik 'gewoon' kon blijven fietsen en wandelen. Bij het fietsen moest dat wel met een elektrische fiets, want op een gewone fiets kwam ik een stuk moeilijker vooruit.
Maar dat was niet het enige. Ook was ik snel moe en kon ik slecht tegen drukte om mij heen. Dat zijn vrij normale verschijnselen als je NAH hebt opgelopen. In ieder geval zorgden al deze verschijnselen ervoor dat ik uiteindelijk ook afgekeurd ben voor betaald werk. Maar ik loop daarmee vooruit op wat er verder allemaal gebeurde.
Naar de Vogellanden
Na 10 dagen ziekenhuis (met een weekenddag thuis) kon ik terecht op de Vogellanden voor verdere revalidatie. Daar heb ik 10 weken intern gezeten, zij het dat ik in het weekeinde wel naar huis kon, eerst 1 nacht en later 2 nachten. In eerste instantie liep ik alle specialismen af, dus ook bijvoorbeeld logopedie. Na zo'n twee weken was wel duidelijk waar ik wel baat bij kon hebben en waar geen revalidatie nodig was (zoals logopedie). Een paar keer per week was ik bezig met fysiotherapie, PMT (Psychomotorische Therapie), ergotherapie en zwemmen.
Bij fysiotherapie was het vooral zaak in beweging te komen, mijn spieren te versterken en kijken wat ik qua bewegingsapparaat allemaal nog wel en niet kon. Ergotherapie was gericht op het kijken wat ik aan huishoudelijke activiteiten allemaal nog wel of niet kon (en eventueel hoe) en ook bijvoorbeeld hoe het fietsen ging. Zwemmen was vooral even ontspannen bewegen in een lekker verwarmd zwembad. Bij PMT ging het erom te leren omgaan met de beperkingen die er ontstaan waren, vooral met behulp van allerlei sportieve uitdagingen.
Ik kan me nog herinneren dat ik bij ergotherapie op een gegeven moment een nasi-maaltijd moest maken. Het idee van een nasi-maaltijd had ik zelf, dat ik iets te eten moest maken was de opdracht van de ergotherapeut. Het ging er natuurlijk om te kijken of ik nog de juiste ingrediënten en de juiste volgorde van het koken kon toepassen. Gelukkig bleek dat geen probleem. We hebben de nasi dan ook met smaak opgegeten.
Niet alles was ook geschikt voor mij. Zo was er ook de activiteitenbegeleiding waar je vooral wat met je handen kon doen. Ik heb er wel even gekeken, maar er was niet direct iets wat ik aangenaam vond. Ik geloof dat ik één knutselpakketje in elkaar heb gezet, maar daar bleef het bij. Ik ben niet iemand die het handwerk echt leuk vindt. Het is wel leuk om anderen bezig te zien met schilderen, tekenen, knutselen etc., maar zelf doen: laat maar.
Probleem met slapen
Een probleem waar ik tegenaan liep, was het slapen. Vanaf het begin in de Vogellanden had ik moeite met slapen. Ik lag hele uren wakker in de nacht. Dan ging ik op een gegeven moment maar weer even lopen en eventueel een praatje maken met de nachtwacht. Op advies van de huisdokter heb ik een paar pilletjes geprobeerd om beter te kunnen slapen, maar die hielpen geen van allen. Nog steeds kan het slapen beter.
Het vreemde is, één van de gevolgen van het hersenletsel is dat ik sneller moe ben. Ik moet ook overdag even slapen. Dat doe ik dan ongeveer een uur en levert over het algemeen geen enkel probleem op. Ik kan wel zeggen dat ik niet moet slapen overdag, maar dan stort ik op een gegeven moment van vermoeidheid in elkaar. Net toen ik op een gegeven moment probeerde om minder te slapen overdag, kreeg ik mijn tweede herseninfarct. En daarna is het geen vraag meer of ik overdag ga slapen. Het moet gewoon.
Na 10 weken was het zover dat ik uit de Vogellanden ontslagen kon worden. Dat wil niet zeggen dat ik ook stopte met de therapieën. Maar vanaf nu was ik er een aantal maanden poliklinisch, oftewel ging ik eerst drie en later twee momenten in de week van huis naar de Vogellanden voor de therapie.
0 Reacties