Op 18 oktober 1959 was het feest aan de H.P. Vermeulenstraat 59 in Culemborg. Rond 08.00 uur werd daar een jongetje geboren, het eerste kind van Koen Appels en Carla Appels-Prinsen. Dat jongetje was ik. Van mijn ouders kreeg ik, zoals het katholieken betaamd, vier voornamen: Paulus Cornelius Johannes Maria (roepnaam Paul). (Geboortekaartje) Dat was niet zomaar een samenraapsel van namen. De tweede en derde voornamen verwijzen naar mijn peetoom (oom Jan Appels) en peettante (tante Joop Prinsen), en Maria was eigenlijk de standaard laatste voornaam van katholieken. Alleen de eerste voornaam, Paulus, hadden mijn ouders zelf verzonnen. Ze wilden mij niet vernoemen naar iemand uit hun familie, maar me een eigen naam geven. Een prima idee natuurlijk, en dat hebben ze ook volgehouden bij mijn broers en zussen. En dat hebben Charlotte en ik ook volgehouden bij onze kinderen. Maar daarover pas veel later in dit verhaal.

Paul vlak na ge...
Paul vlak na geboorte Paul vlak na geboorte
Van mijn jongste jeugd weet ik (natuurlijk) weinig tot niets. De meeste informatie heb ik van mijn moeder. Maar ondanks dat dit in 1959 was, zijn er toch bewegende beelden van mij! Ome Piet, naast prima warme bakker ook een begenadigd amateur-filmmaker, heeft beelden van mij geschoten. En die beelden zijn toegevoegd aan de film die hij van de bruiloft van mijn vader en moeder op 22 juli 1958 heeft gemaakt. Tegenwoordig is het normaal dat er bewegende beelden zijn van baby’s, maar toen was dat nog bijzonder.  (film toevoegen)

Paul 2 weken ou...
Paul 2 weken oud Paul 2 weken oud
Er zijn daarnaast ook nog wat foto’s van mij als baby. Op één daarvan staat het zelfs duidelijk: ‘Paul, 2 weken oud’. Toch is een enkele andere nog wat ouder. Daarop staan ook wat familieleden van mijn moeder.

Precies een jaar en een maand na mij kwam Erik op de wereld. Ik was dus niet meer enigst kind (en ook Erik en ik zouden niet al te lang met z’n tweeën blijven, er kwamen nog veel meer kinderen). Het moet wel leuk geweest zijn om een broertje te krijgen, als ik tenminste de foto’s moet geloven. En ook later bleven we nog veel samen doen en slapen op 1 kamer.

Mijn ouders waren er waarschijnlijk al redelijk aan gewend, maar voor mij begon ook al in Culemborg het verhuizen. Mijn ouders zijn begonnen in ’s Heerenberg en daarna naar Culemborg verhuisd. In Culemborg verhuisden we naar de Julianastraat 67 en toen ik tegen de vier liep naar Steenwijkerwold.

Maar in Culemborg zijn nog wel wat vertellenswaardige dingen gebeurd. Zo vonden mijn ouders mij een keer aan de andere kant van het traliehek op het balkon van de H.P. Vermeulenstraat. Blijkbaar kon ik zo tussen de tralies door naar buiten. Maar gelukkig hield ik goed vast en vonden mijn ouders me snel genoeg om me niet te laten vallen. Van dit gebeuren weet ik zelf echter helemaal niks.

Waar ik me nog wel iets (al is het een heel klein beetje) van herinner, is mijn avontuur met een melkfles. En niet alleen herinner ik me daar iets van, ook zijn de gevolgen nog zichtbaar. Ik mocht, toen ik drie was, een keer van de melkboer een melkfles naar huis brengen. Ik hield die fles stevig vast voor mijn buik en wandelde zo de straat af. Daar lag echter een tegel scheef waar ik over struikelde. Ik viel dus bovenop de fles die in stukken brak.

Snel liep ik naar huis om mijn moeder een pleister te vragen voor op mijn rechterarm, waar ik net boven de pols was geraakt. Dat deed ze en toen deed ze mijn blouse open. Die was immers nat geworden. En wat ze toen zag, leidde logischerwijs tot een flinke schrikreactie. Er was ook een gaatje in mijn buik ontstaan, waar een deel van mijn darmen doorheen was gekomen. Gelukkig met het buikvlies er nog omheen, anders had ik dit niet kunnen vertellen. Maar apart was het wel.

Mijn vader was niet thuis en mijn ouders hadden ook nog geen telefoon. Dus moest mijn moeder naar een overbuurvrouw om te bellen en vervoer te regelen. Met de auto van die buurvrouw zijn we naar het ziekenhuis gereden, waar ze mijn buik verder open hebben gemaakt en de darmen weer netjes op hun plaats hebben gebracht. Het dichtnaaien gebeurde toen nog wat zichtbaarder dan tegenwoordig, dus ik heb daar een flinke tekening aan over gehouden. Ook hebben ze meteen het gaatje op mijn rechterarm dichtgemaakt, wat nu ook nog te zien is.

In totaal heb ik drie weken in het ziekenhuis in Culemborg gelegen. En daar komt ook mijn herinnering vandaan. Boven de ingang van het ziekenhuis was een ruimte waar kinderen hun ouders konden uitzwaaien. Tegenover het ziekenhuis liep een gracht of iets dergelijks, in ieder geval een water. En op een gegeven moment was ik daar om mijn ouders uit te zwaaien, die op de fiets weer naar huis gingen. En net op dat moment kwam er een muziekkorps aan over de weg langs het water. Blijkbaar vond ik dat zo bijzonder dat ik het niet vergeten ben. De rest wel, dus ik heb er ook geen trauma’s aan over gehouden. Later heb ik, in Zwolle, nog vaak genoeg de melkboer geholpen en melkflessen vastgehouden. Wat ik nu gezien wel jammer vind, is dat er geen foto’s zijn van mijn  verblijf in het ziekenhuis. Ik moet het dus echt met die herinnering en de verhalen van mijn  moeder over het hele gebeuren doen. En natuurlijk met die jaap over mijn buik.