Voor het veertigjarig huwelijksfeest van Carla Prinsen en Koen Appels in 1998 schreef Piet Prinsen kort het verhaal van zijn familie (en dus ook van die van zijn zus Carla) op. Hieronder staat zijn verhaal zoals door hem geschreven. De foto’s zijn apart toegevoegd.
Het dorp Nuenen telt zo’n 2500 zielen. Op deze dag loopt de bevolking te hoop bij de Clemenskerk. Vandaag vindt er een dubbelhuwelijk plaats en nog wel uit de brouwersfamilie. Zoon Karel en zijn zus Martha treden in het huwelijk, respectievelijk met Corry Bazelmans uit Zeelst en Jef de Wert uit Best. Na de kerkelijker inzegening is er een groot feest. Later op de avond worden beide paren met het rijtuig naar het station Eeneind onder Nuenen gebracht, van waaruit zij een huwelijksreis maken naar de grote stad Brussel.

In Aerle Rixtel woont een van oudsher stammende bierbrouwersfamilie Prinsen. Hun zoon Janus leert een lief Nuenens meisje kennen Mieke (Annemieke) van Coll. Wonende op het landgoed Coll. Janus droomt ervan met zijn Mieke te trouwen en samen een bierbrouwerij in Nuenen te beginnen. Op het Heieind (thans Park genoemd) verrijst een prachtig bierbrouwershuis annex bierbrouwerij. Daarvoor zijn vijf bierkelders gebouwd. Centraal een grote ronde ketel met een bodem van koperen platen met talloos vele gaatjes, functionerend als vergiet. Boven de kelders zijn voorraadzolders voor gerst, hop, suiker en andere grondstoffen, een eestzolder, en een ruimte waar bierpompen, slangen enz. worden opgeslagen. Voor heet water en het aandrijven van machines was een grote stoomketel in een aparte ruimte ingebouwd. Tevens was er een ruimte voor een zestal koeien en twee paarden met een ruif voor hooi. Vóór in de stal was nog een dorsvloer, waar met dorsvlegels het koren werd uitgeslagen. Aan de andere zijde van de grote met Waal-steentjes verharde plaats waren drie ruimtes voor karren en bierwagens. Een ervan was met deuren afgesloten. Daar stond de mooie met rood plûche en geslepen spiegelglas uitgedoste koets met een hoge bok voor een of twee koetsiers met zweep.
In dit jaar huwt Janus zijn Mieke van Coll. Het bier uit de Nuenense bierbrouwerij “De Kroon” vloeit rijkelijk. En tijdens de productieve jaren, die volgen, worden zes meisjes en twee jongens geboren, t.w. Anna, Martha, Marie, Dina, Francien en Julia, en verder Karel en Piet. Goed. Piet overlijdt op achttienjarige leeftijd. Karel, geboren op 14 november 1888, gaat naar kostschool “Eikenburg” en leert vervolgens het bierbrouwersvak. Hij gaat daarvoor onder andere naar een bedrijf in Schimmert en in Keulen. Als hij als een knappe jongeman daar in Keulen per trein arriveert zoekt hij een net hotel. Wanneer dat gevonden is, gaat hij naar zijn Kamer. Er wordt op de deur geklopt en er staat het meisje dat hem haar diensten aanbiedt. Hij weet niet wat hem overkomt, sluit de deur weer en verdwijnt ‘s morgens in allerijl naar zijn nieuwe leermeester.
Karel raakt verliefd op Corrie Bazelmans, dochter van de gelijknamige sigarenfabrikant die “Duc George” sigaren produceert. Op een dag is Corry met de familie Prinsen kennis komen maken. ‘s Avonds brengt Karel haar per fiets naar station Eeneind. Terwijl hij zijn geliefde innig uitzwaait, vertrekt de trein. Zijn Corrie vertrekt met de trein, maar zijn groene fiets ligt dan verkreukeld onder de trein.

Als Karel met zijn Corrie is getrouwd en van de huwelijksreis uit Brussel terugkomt, wonen zij ruim anderhalf jaar In het woonhuis annex café “De Zwaan”. Beide panden zijn eigendom van de bierbrouwer. Janus wil met zijn familie met nog vier dochters stil gaan leven en laat een mooi huis naast de bierbrouwerij bouwen.

Op 31 augustus wordt het eerste kind in de nog tijdelijke woning geboren. Dat is Janus, genoemd naar zijn opa. Inmiddels is de Eerste Wereldoorlog in volle hevigheid losgebarsten. Vader Karel moet onder de wapenen om de landsgrenzen veilig te houden en de vele vluchtelingen op te vangen. Gelukkig woont opa Janus nog dicht bij de hand. De militair Karel komt tussentijds wel eens thuis, getuige het trouwboekje waarin vermeld staat: 4 november 1916 geboren Harry Prinsen en op 29 november 1918 onze Janneman. 3 jongens op rij dus. Wanneer Karel vergoed uit dienst komt, kan hij van opa het roer definitief overnemen. Voor het snelle vervoer heeft hij zich een motorfiets aangeschaft. Een verzwaarde fiets met breed zadel en stuur, dan de stang tussen stuur en zadel en een langwerpig vierkant blik met merk en benzine. Op de trap-as een motortje. Nog vele jaren later staat het vehikel op de zolder boven de bierkelder met lege banden.
In Nuenen komt elektriciteit en telefonie. Het telefoonnummer wordt 6. Op 1 september is men volop bezig het woonhuis en brouwerij van elektriciteit te voorzien. Op diezelfde dag maakt moeder een flinke pan erwtensoep en pannenkoeken, een traditie nog tot 1940 volgehouden. Dan meldt zich even na twaalven het vierde kind. Het is onbekend of het op reuk of licht afkwam, Maar het is wel ons Pietje, de vierde zoon op rij. Moeder Corrie heeft een druk huishouden. Er zijn twee hulpen in huis. De was gebeurt nog helemaal met de hand en wasbord. En als alles schoon is, moet het nog gemangeld worden, waar menig kinderhandje tussen is geraakt. Moeders trots was het, als de stapeltjes keurig gebundeld in met rode kruissteek versierde bandjes In de grote Spiegelkast lagen.
Er is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Dokter Anderegg adviseert na behandeling enige tijd rust op de plaats… De pastoor denkt daar anders over en zij krijgt “het schuifke”. Dat zal haar tot op hoge leeftijd nog dwars blijven zitten.
Op 15 juni dient het vijfde kind, ons Fransje, zich met veel geblèr en een rooi kopke aan. Het wordt maar steeds drukker met die jongens!
Er worden plannen gemaakt om de bleekweide en de waterkuil, waarin de omwonenden de wekelijkse was konden doen, tot een prachtig geheel te maken. In 1925 is alles gerealiseerd, twee mooie vijvers met een landelijk bruggetje, wandelpaden en bossages. (De tekst gaat verder onder de foto)

Op 26 februari wordt op het adres Park F 60, zo is het adres veranderd, het zesde kind geboren. Hoera…! Een meisje, Anna-Maria. Dat is een feest in huize Prinsen. In ditzelfde jaar is er nog een feest. Peer de Groot is 25 jaar in dienst bij bierbrouwerij “De Kroon”. Alle kasteleins uit de wijde omgeving die dit kostelijk nat trappen, zijn bij dit feest aanwezig. Waarom ik dit verhaal hier vertel? Kleine Pietje was erg bevriend met Peer. Samen aten zij In de bierkelder onder de suikerzolder het door Peer meegebrachte brood met spekvet. Dat konden de mensen zich permitteren. Het was weinig royaal wat zij verdienden. Pietje en Peer waren daar zo rond 4 uur, altijd gezeten op een biervaatje, te vinden. Peer nam zijn vriendje vaak mee naar zijn huisje te voet door de moerassige Papenvoort. Daar groeiden veel lissen en de tere vingertjes van Pietje plukten daar bloemen. De scherpe bladeren sneden diep in zijn vingertjes. Peer stopte gevonden vogeleitjes onder zijn pet, die het kale hoofd met krullende haarkrans bedekte. Dan gingen zij het huis binnen, waar Sientje op zondag het paardenvlees braadde. Ook Gijs, de (onwettige?) zoon van Vincent van Gogh, was daar in huis. De geur van het gebraden vlees hangt mij (de schrijver) nog kenbaar In de neus. Vincent van Gogh schilderde in 1885 de “aardappeleters” met de familie de Groot als onderwerp. Vader, moeder, Peer en Sien, en een jong meisje.
Op 26 oktober wordt het zevende kind, ons Treesje, geboren. Tussen al die jongens opgroeiend is het een jongetje met witte meisjesharen. Die worden er op een gegeven moment afgeschoren, want dan zouden er echte donkere krullen komen… Er waren dat jaar weinig problemen.
Dit jaar start als een rampjaar. Fransje wordt ziek, Harry heeft een zware bronchitis en daarbij moet gestoomd worden. De logeerkamer is dan ziekenboeg, want daar is ruimte voor twee of drie bedden, en er brandt een kolen haard. Het stoomtoestel werkt met brandspiritus, maar het wordt omgestoten. De spiritus komt gedeeltelijk op de wollen deken. Men roept brand, brand en rent in paniek door de keuken, waar Pietje gereed wordt gemaakt om naar bed te worden gebracht. In de bijkeuken wordt water gepompt. Het loopt goed af. Maar intussen is ook Maria ziek geworden. Dokter Anderegg vermoedt kinkhoest, in die jaren vaak dodelijk. Ook daarbij moet gestoomd worden, maar het mag niet buiten. Op 24 januari komt zij ‘s avonds laat te overlijden.

Ze wordt in haar bedje opgebaard, en als de Engelenmis plaatsvindt, zijn er veel ooms en tantes. Pietje verschuilt zich achter de deur van de bijkeuken. Huilend blijft hij achter, terwijl zijn zusje ten grave gedragen wordt. Moeder Cor vertelde, dat Maria met de helm op was geboren en erg bijdehand was. Als Pietje een kwade bui had, klopte zij tegen de onderkant van het tafelblad en riep zij: “Pietje Kaai, Pietje boos zijn”. De huishoudelijke hulpen hadden er een resolute oplossing voor: zij pakten Pietje op en hielden hem boven de varkenskooi en dreigden hem te laten zakken, als hij niet wilde eten of zoiets. Maar in 1927 behoorden die buien allang tot het verleden, maar herinneren doet Piet het in ieder geval nog. Toch heeft 1927 ook wel iets positievers te melden. Nuenen gaat de nieuwe burgervader verwelkomen. Een stoet versierde boerenkarren en de fanfare gaan vooraf. Kinderen staan voor het zusterklooster opgesteld voor een zanghulde. De eerste burger zit in een open T-Ford met vier halve deurtjes. Vader Karel is gemeenteraadslid, er is feest, er is champagne. Karel komt thuis en heeft het over “champer de la pamper”. Moeder Corry stopt hem in bed. ‘s Avonds moet hij weer present zijn, maar zij laat hem slapen.
De brouwactiviteiten worden beëindigd. Karel heeft een akkoord gesloten met bierbrouwerij “De Drie Hoefijzers” te Breda. Door de komst van koelmachines is het bierbrouwen van bovengistend naar ondergistend omgeschakeld. Een constantere kwaliteit was het resultaat. Een agentschap van de bierbrouwerij en het zelf fabriceren van limonade en champagnepils gaf meer resultaten. Intussen was er ook een breierij ontstaan: Kousenfabriek Prinsen Bazelmans. Naast kousen gingen ook mutsen, shawls en truien de handel in. Heel wat meisjes vonden werk In de fabriek. De eerste auto komt in plaats van het mooie rijtuig. Een teo-seater er van het merk Peugeot. De kattenbak gaf nog plaats aan twee personen of drie kinderen In de open lucht. Op 16 november 1928 komt ons Rietje of Rietepetietje, zoals vader Karel haar zal noemen, de opengevallen plek invullen.
Het jaar van een beginnende wereldmalaise, ook in Nederland. Stakingen overal, ook in Nuenen bij de deurenfabriek Raessens. Karel is bestuurslid van het armenwezen en de Kerkelijke Vincentiusvereniging. Vrijdag is bonnendag en de kinderen moeten de deur openen als er gebeld wordt. De een komt om een brood, de ander voor schoenen enz. Bonnen van F 1.50, en F 2.50 worden veel uitgegeven. Van boven de F 5,- zijn er maar zelden. Dreigementen aan vaders adres zijn vaak niet van de lucht en tweemaal is er zelfs een broodmes in beslag genomen. Moeder Corrie kookte vaak voor arme gezinnen en zette ons op de fiets om het warme eten af te geven.
Op 30 juli wordt het negende kind geboren, Joke. Het is dan geen bijzonderheid meer. Er zijn twee vaste hulpen intern en Regien van den Nieuwenhof, die sinds de ziekte van moeder bij ons als eerste hulp en vertrouwelinge van de kinderen is gebleven. Als vader een keer met moeder op stap is voor een nieuwe hulp, komt hij in Olland bij St. Oedenrode. Dan komt de boerin bij de auto, waar een deel van de kinderen inzit en telt 1 -2 -3 -4 -5 -… en concludeert dan vijf auto’s in een auto, zich versprekend. Wat dom denken de jeugdige passagiers! Anna Termeer ofwel Anna van Olland komt bij ons als interne dienstbode. Niet de zachtzinnigste moeten wij later vaststellen.
In september gaat Pietje op studie. Pater Missionaris, of Paus is de doelstelling. Met de Kerst komt hij thuis. Moeder verwelkomt hem aan de voordeur. Na een kus concludeert het manneke: “Maar moeder, wat bent u toch dik geworden”. Nooit eerder opgemerkt dus.
Als Pietje op 7 januari naar Nijmegen vertrekt, zien de meisjes hem weer graag gaan, de plaaggeest. Op 6 februari komt er een brief keurig getypt op de schrijfmachine.
Kousenfabriek Prinsen en Bazelmans
Park F 60, telefoonnummer 6
Nuenen, 7 februari 1933.Waarde zoon,
Hierbij delen wij U mede, dat gij een zusje hebt bijgekregen. Wij noemen haar Carla. Zij maakt het goed en verder gaat het hier ook goed.
Met hartelijke groeten
uw toegenegen vader
(handtekening CG Prinsen)
Piet leest de brief en op zijn twaalfjarige leeftijd is het voor hem niet meer dan een zakelijke mededeling. Zo, een zusje erbij? Wellicht uit de pruimenboom gevallen. Met spijt In het achterhoofd zegt hij nu “Zo’n brief had ik eigenlijk moeten bewaren”. Met de komst van Carla is nu het gezin compleet. Rest mij nog enige ludieke voorvallen en feiten te vertellen.
De zusters van J.M.J. toen echt nodig voor bejaardenzorg ziekenzorg, kinderopvang en onderwijs maakten zich verdienstelijk voor de gemeenschap. Allen gingen wij naar het kakschooltje en de Fröbellessen. Opleiding voor de eerste communie van zuster Irenée. Vooral niet op de hostie bijten! O.L.Heer in tweeën gedeeld. Met de Nuenense kermis werden kinderen van de notabelen bij de zusters achter de muur gezet. Al die dronken en flirtende mannen en meisjes op straat! Janus, Harry, Jan en Piet zijn als misdienaar In het zusterklooster actief geweest. De Latijnse gebeden kennen zij uit het hoofd, maar wat ze betekenden wisten zij niet. Fransje was een uitzondering, die was misdienaar In de Clemenskerk.

Dat jongens belhamels zijn, is algemeen bekend. De naastwonende tantes wisten daarvan mee te praten. De lekkerste perziken, peren en kersen verdwenen in hun mondjes. De tantes beraamden een valstrik en harkten onder de perzikboom. Zij hadden meteen beet. Zij kwamen bij ons en vroegen aan moeder, wiens schoenmaat dat wel kon zijn … en foei! van vader Karel!
Kerstmis 1929. De kerststal en de kerstboom met echte kaarsjes in de stal en dat alles in de salon, ook de gedekte tafel voor het kerstmaal. Vader begint met gebed. Frans staat bij de kerststal, geïmponeerd door het levensechte waxinelichtje aan een kettinkje. Hij duwde en het schommelde, totdat er een strospriet vlam vatte. Daarop draaide hij zich om alsof er niets aan de hand was. Piet roept brand, vader stopt met bidden, trekt aan de tafelkleed, de helft van de porcelein valt stuk op de grond. Moeder roept “Vader”! Karel pakt dan de kerststal op en draagt hem naar buiten, een ramp voorkomend. Het kerstmaal naar de Filistijnen.
Janus krijgt zijn eerste pak met lange broek. Hij wordt naar kleermaker Frans van Asten gestuurd, tegenover Janus van Fien. Een paar maal passen en dan presenteert hij zich thuis, gestoken In het nieuwe kostuum. Het past alleen van boven, de broekspijpen reiken niet verder dan tussen kuit en enkel. Een broek voor hoog water dus! Het deed zijn bijnaam “Het Heertje” geen eer aan.
Harry is meer de zakenjongen ten eigen voordele. Pietje heeft van een kastelein een wit konijn met rooie oogjes gekregen. Een kooi is snel gemaakt, maar toch verdwijnt het beestje. Bij navraag heeft Harry het geruild tegen een duif, maar hij zei mij toe: alle prijzen die de duif vliegt zijn voor jou. De duif zal dood zijn, Pietje heeft nooit iets gezien.
Jan ook el Jan schoenpoets genoemd, is 16 jaar en kan al autorijden. De F/N, een Belgisch automerk, moet volgetankt worden. Hij zal dat wel eens even doen. Hij rijdt met de mooie auto met veel chroom naar garage de Rooy, stopt bij de pomp maar laat de motor lopen. Typisch voor onze Jan. Hij doet de motorkap open en tankt het reservoir boven de motor vol. Hij knoeit echter wat benzine op de motor en de zaak staat In de fik. Hij rent naar huis, vertelt het slechte nieuws en laat zich niet meer zien. Wie van de drie met rijbewijs het heeft opgelost, is niet bekend.
Frans gans kwak kwak kwak. Studeert voor keioloog. Iedere avond moet moeder of een van de hulpen de zakken van het manneke leegmaken. Zij zitten dan kei-vol.
Thérèse, ik schreef het al, een halve jongen. Zij valt tweemaal door een ruit en naar ik meen op dezelfde plaats, maar met diepe gevaarlijke wonden, eerst rechts en later links.
Heb jij een verhaal uit het verleden van één van de families en wil je dat kwijt? Dat kan. Graag zelfs. Je kunt twee dingen doen. Of je gebruikt dit formulier om je verhaal te sturen of je stuurt het per mail naar de administrator van deze site.