In onze reis door Amerika waren we de vorige keer blijven steken in Visalia. Hoe kom je op zo’n plaats, vraag je je misschien af. Eigenlijk was het vrij eenvoudig. We hadden thuis de reis uitgebreid voorbereid en een route uitgestippeld. We wilden met de bus reizen, ook niet al te duur logeren, en waar mogelijk zaken combineren. Dat we daardoor ook verkeerde keuzes maakten wisten we toen nog niet, maar dat kwam tijdens de reis duidelijk naar voren.

Maar Visalia, ergens in het midden van Californië, was een aardige keuze. Het lag vrij centraal ten opzichte van de twee parken die we wilden bezoeken, Sequoia National Park en Yosemite Valley. Vanuit Visalia wilden we op de een f andere manier de beide parken bereiken.

En dat lukte goed. We konden met een minibusje mee op een georganiseerde reis naar beide parken.  Het was elke keer wel een flinke tocht, maar het gereis met een plaatselijke gids en in een klein gezelschap was erg aangenaam. Die gids was ook afkomstig uit het gebied van een van de parken, wat het natuurlijk nog aantrekkelijker maakte.

Sequoia National Park is uiteraard vooral bekend om de Sequoia’s, de grootste levende organismen ter wereld. Ze zijn niet het meest omvangrijk of het langst, maar in totaal wel het grootst. Ze hebben ook een probleem: hun wortels groeien niet zo diep. Regelmatig vallen er dus Sequoia’s om. Onder één van de Sequoia’s, of beter gezegd er doorheen, is een tunnel gemaakt voor auto’s. Uiteraard zijn wij daar ook doorheen gereden.

Maar wat echt bijzonder is, is dat de bomen brand nodig hebben om te kunnen groeien. Een tijd lang had men branden zoveel mogelijk bestreden, maar dat leverde op dat het aantal bomen terugliep. Toen ontdekte men, dat branden juist nodig waren om ruimte te creëren en vooral de zaden te laten ontkiemen. Vanaf dat moment is men juist regelmatig branden gaan stichten, die natuurlijk wel onder een strikte controle stonden: de zogenaamde controled burnings. Er waren ook wel Sequoia’s waarbij de branden zichtbaar waren. Een stuk van de boom was verbrand, maar daaromheen groeide weer een nieuwe stam. Geen probleem, juist een goed teken.

Het is heel verleidelijk om veel foto’s te maken van de bomen, maar alleen als er mensen bij staan zie je de echte grootte ervan. Maak je foto’s van alleen de bomen, dan denk je al snel gewoon op de Veluwe of zo te zijn, met kleine boompjes ertussen. Grootte op de foto is lastig soms. Dat was trouwens ook al bij de Grand Canyon het geval. Je moet er eigenlijk geweest zijn om de grootte (en grootsheid) echt te kennen.

Sequoia National Park is vooral groen, Yosemite Valley heeft naast veel woud ook de nodige rotsen, weiden en watervallen. De vallei is erg mooi en vanaf sommige plekken heb je een bijzonder fraai overzicht. De weiden, of in het Engels ‘meadows’ lagen er mooi bij. De watervallen waren niet zo groot als kon, want het was al enkele jaren vrij droog geweest. Maar toch kon je een goede indruk krijgen van de watervallen. Uiteraard klommen we ook nog een stukje naar boven door het bos en langs 1 of 2 watervallen, maar een rots beklimmen deden we niet. Er is één rots, die wereldwijd bekend is. Als ik het me goed herinner heet die ‘El Capitan’. Het is een rots die een hoge rechte wand heeft. Voor bergbeklimmers is het een uitdaging die rots te beklimmen. Je doet er wel een paar dagen over om helemaal boven te komen. Slapen gebeurt dan dus hangend aan de wand. Wij zagen een bergbeklimmer hangen.

In Visalia zelf is verder weinig te beleven. Zoals overal zijn er zat restaurants waar wij dus ook een keer gebruik van hebben gemaakt. Maar verder was het rustig en is er weinig te vertellen over Visalia.

De volgende stop op onze reis was San Francisco. We gingen via Sacramento, waar we over moesten stappen. En daar ging het even mis. Het leek goed te gaan, want we konden van daar een bus eerder nemen dan we gepland hadden. Alleen toen we in San Francisco aankwamen, bleek onze bagage er nog niet te zijn. Die zat in een andere bus die pas later die dag zou komen. Normaal gesproken zou dat niet zo’n probleem zijn, maar het was in San Francisco vrij koud. Tenminste dat vonden wij, komend uit het erg warme binnenland. En daarop waren wij nog gekleed. Ook de YMCA, waar we zouden verblijven, bleek niet echt uitnodigend te zijn. We hebben dus geprobeerd om de tijd enigszins zinvol door te komen totdat de andere kleren er waren. En dat duurde de nodige uren. Maar uiteindelijk waren de koffers er en konden we ons beter kleden op het klimaat van San Francisco.

Volgende keer ga ik hier verder. Dan komt onder andere een pistool in mijn zij voorbij …

Gepubliceerd op 15-4-2013

Door Paul

Ik ben inmiddels 62 jaar oud. Een kleine elf jaar geleden heb ik een herseninfarct gehad, waardoor ik niet meer kon werken. In mei 2021 kreeg ik weer een herseninfarct met als gevolg dat mijn conditie flink achteruit is gegaan en mijn rechterbeen niet meer echt lange afstanden kan afleggen. Ik ben nog wel actief, met name bij de lokale omroep in Zwolle. Mijn hobby's zijn sport kijken (voetbal (PEC Zwolle), Amerikaans honkbal en Football (Seattle Mariners en Seattle Seahawks), Karl May, de computer (vooral met de website bezig zijn), Zwolle en alles wat te maken heeft met Disney.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *